Nieuws

Donuteconomie: bruikbaar voor coöperaties?

In mei 2026 trok ik mee op studiereis naar Zagreb, in het kader van een vorming van Oikos over de donuteconomie – een economisch denkkader dat zoekt naar de balans tussen wat mensen nodig hebben en wat de planeet aankan. We bezochten er coöperaties die op hun eigen manier die balans proberen te vinden. Dit artikel is deel van een reeks reflecties op die ontmoetingen.

Een reddingsboei die een donut werd

Kate Raworth had haar economisch model bijna “life belt economics” genoemd. Maar er ontstond spraakverwarring bij Amerikaanse en Europese collèga’s. Dus werd het “donut” – de enige naam die iedereen meteen begreep. Eet er niet van, veel te zoet, zei ze er grappend bij, maar de vorm klopt – en de naam heeft iets speels. Precies dat is de bedoeling: donuteconomie klinkt niet intimiderend. Iedereen voelt zich uitgenodigd in het verhaal. Met aanstekelijk enthousiasme nam ze ons mee in haar “doughnut economics” op de openingsdag van het vormingstraject dat Oikos en het Kroatische IPE organiseerden. Het doel: samen verkennen hoe organisaties kunnen gedijen binnen de grenzen van de planeet én bijdragen aan sociale rechtvaardigheid.

Naarmate het traject vorderde en de conceptuele uitleg verdere invulling kreeg, groeide de nieuwsgierigheid naar de praktijk. Hoe pas je de donut concreet toe als coöperatie? Ook bij de coöperaties die we in Zagreb bezochten, hing het model nergens aan de muur. Ze doen allemaal dingen die in de richting van de donut wijzen – energie in burgerhanden, eerlijke voedselketens, ethisch bankieren – maar de donut zelf kwam weinig aan bod. Dat zette me aan het opzoeken.

Wat de donut eigenlijk zegt

De donuteconomie rust op een eenvoudige maar krachtige visualisatie: twee concentrische ringen. De binnenste ring is de sociale basis – de minimumvoorwaarden voor een waardig leven, zoals toegang tot voedsel, gezondheid, onderwijs en gelijke kansen. De buitenste ring is het ecologisch plafond – de planetaire grenzen die we niet mogen overschrijden. Daartussen bevindt zich de donut: een ruimte die tegelijk ecologisch veilig en sociaal rechtvaardig is.

Kate Raworth lanceerde dit raamwerk in 2012 in een discussienota voor Oxfam en bouwde het in 2017 uit tot een volwaardige economische visie in haar gelijknamige boek. In oktober 2025 publiceerden Fanning en Raworth in Nature een grondig vernieuwd raamwerk – Doughnut 3.0 – dat de evolutie van 35 sociale en ecologische indicatoren tussen 2000 en 2022 in kaart brengt. De donut is daarmee niet langer alleen een visueel schema, maar een levend meetsysteem. Mladen Domazet van IPE, die mee de openingsdag verzorgde, ontwikkelde de degrowth donut – een eigen versie van het model dat landen helpt een concrete transitiestrategie uit te werken.

De twee leidende principes zijn regeneratief en distributief. Een regeneratieve economie herstelt ecosystemen in plaats van ze uit te putten of louter schade te beperken. Een distributieve economie verdeelt van meet af aan rijkdom, kansen en macht eerlijker, in plaats van ongelijkheid pas achteraf te corrigeren via belastingen. Die twee principes vormen het vertrekpunt voor iedereen die het model wil toepassen.

De donut is in eerste instantie ontwikkeld om economische systemen te herdenken en herontwerpen. Een land, regio of stad is zo’n economisch systeem. De indicatoren in het model – armoedebestrijding, toegang tot gezondheidszorg, CO₂-uitstoot, biodiversiteitsverlies – zijn precies de domeinen waarop overheden rechtstreeks kunnen sturen. Een stad als Amsterdam kan een “stadsportret” maken dat haar huidige situatie meet aan die grenzen. Een individuele organisatie kan dat niet op dezelfde manier: veel van die indicatoren vallen buiten haar directe invloedssfeer.

Toch bruikbaar voor organisaties – maar anders

Dat betekent niet dat het model niets te bieden heeft voor bedrijven en coöperaties. De voorbije jaren stellen steeds meer organisaties zich de vraag: wat betekent het om te opereren als een regeneratief en distributief bedrijf? De focus verschuift daarbij van maatschappelijke uitkomsten naar bedrijfsontwerp. Een organisatie kan zich afvragen: herstellen we ecosystemen of putten we ze uit? Verdelen we waarde eerlijk met iedereen die eraan bijdraagt – medewerkers, leveranciers, gemeenschap?

Het Doughnut Economics Action Lab (DEAL) ontwikkelde daarvoor de Doughnut Design for Business: een workshoptool die organisaties begeleidt bij het onderzoeken van hun diep ontwerp – hun doel, netwerken, governance, eigenaarschap en financiering. Welke ambitieuze idëen wil je najagen, en wat in de structuur van je organisatie maakt dat mogelijk of blokkeert het? De donut biedt daarbij een lens om die vragen te onderzoeken, rekening houdend met sociale én ecologische impact, op lokaal én mondiaal vlak. Want een organisatie opereert nooit in isolatie: haar keuzes hebben gevolgen buiten haar eigen muren, in haar keten en in de bredere samenleving. Dat het gebruik van de donut voor bedrijven nog vrij recent is – en dat DEAL zelf uitnodigt om praktijkvoorbeelden in te sturen – verklaart misschien mee waarom we in Zagreb nog weinig concrete toepassing tegenkwamen.

De donut is namelijk geen klassieke managementtool. Vergeleken met ESG, B Corp of CSRD geeft ze geen concrete meetindicatoren of rapporteringsverplichtingen. Veel organisaties vinden haar daardoor inspirerend maar moeilijk operationeel te maken. Dat is ook geen probleem – het zijn complementaire instrumenten. De donut stelt de fundamentele vraag: welk economisch systeem helpen we creëren? ESG en CSRD helpen die vraag operationaliseren via concrete KPI’s en rapportering. In die combinatie wordt de donut bijzonder waardevol: niet als vervanging van andere kaders, maar als het kompas dat bepaalt waarom je die KPI’s überhaupt meet.

Coöperaties: een bijzondere uitgangspositie

Coöperaties zijn geen klassieke bedrijven. Ze ontstaan precies waar individueel initiatief, de overheid, de welzijnssector en klassieke ondernemingen geen antwoord bieden – en creëren oplossingen door het zelf, samen en anders te doen. Die eigenheid – in eigenaarschap, bestuur en doel – onderscheidt hen structureel van de klassieke vennootschapsvorm.

Vanuit een donutperspectief is die eigenheid relevant. Winst die niet weglekt naar externe aandeelhouders maar terugvloeit naar de leden of de gemeenschap. Leden die inspraak hebben in de koers. Een eigenaarschapsmodel dat gericht is op het langetermijnbelang van de gemeenschap, niet op het kortetermijnrendement van externe investeerders. De DEAL-paper over bedrijfsontwerp vermeldt coöperaties expliciet als historisch model voor distributief en regeneratief ondernemerschap.

De coöperaties die we in Zagreb ontmoetten – ZEZ, ZMAG, ZEF – doen elk op hun eigen manier dingen die in de richting van de donutlogica wijzen. Dat ze de donut niet expliciet benoemen, doet daar geen afbreuk aan. Maar het is ook niet hetzelfde als zeggen dat ze de donut volledig invullen.

Met de donut aan de slag: hoe doe je het?

Tijdens de afsluitende reflectiesessie kwam een pragmatische aanpak op tafel: doe aan reverse engineering. Breng in kaart wat je als coöperatie al doet, projecteer dat op de donut, en gebruik het model als communicatietool naar de buitenwereld.

Het is een begrijpelijke reflex. Maar er zit een risico aan. Als de donut alleen dient om te tonen wat je al goed doet, wordt het model al snel een etalage – en blijven de blinde vlekken buiten beeld. Precies de dimensies waarop een organisatie minder goed scoort of nog nooit bewust naar heeft gekeken, zouden dan ongezien kunnen blijven. In de DEAL-paper staat het onomwonden: geen enkele organisatie mag beweren dat ze “in de donut zit” of een “donut-bedrijf” is. De donut is een kompas voor een richting, niet een label voor een bestemming.

De vraag is dus niet alleen of de donut bruikbaar is voor coöperaties. De vraag is ook hoe je haar gebruikt: als instrument dat ook toont wat je nog mist – of als verpakking voor wat je al hebt.

Auteur: Laura Claessens, juridisch-coöperatief adviseur

 

Lees ook de andere artikels van deze reeks:


Bronnen

Raworth, K. (2012). A Safe and Just Space for Humanity: Can we live within the doughnut? Oxfam Discussion Papers. policy-practice.oxfam.org

Raworth, K. (2017). Doughnut Economics: Seven Ways to Think Like a 21st-Century Economist. Random House. kateraworth.com

Fanning, A.L. & Raworth, K. (2025). Doughnut of social and planetary boundaries monitors a world out of balance. Nature, 646, 47–56. nature.com

DEAL (2020). Amsterdam City Doughnut. doughnuteconomics.org

Sahan, E., Sanz Ruiz, C. & Raworth, K. (2022). What Doughnut Economics means for business: creating enterprises that are regenerative and distributive by design. DEAL & CET. doughnuteconomics.org

DEAL (2025). Doughnut Design for Business – Core Tool, v1.3. doughnuteconomics.org

Oikos (2026). Vorming Donuteconomie. oikos.be

IPE – Institut za političku ekologiju. Mladen Domazet. ipe.hr

Meer nieuws

Al het nieuws

Meer nieuws

Al het nieuws
example

Samen gaan we verder

Heb je specifieke vragen of noden? Wij zijn er voor jou.

Contacteer ons