Welk bedrijfsmodel willen we voor morgen?
Die vraag bestaat al zo lang als de economie zelf. Ze duikt telkens opnieuw op als samenlevingen wankelen, twijfelen aan hun evenwicht of een nieuwe koers zoeken.
Vandaag dringt die vraag zich extra scherp op. We worden geconfronteerd met een opeenstapeling van breuklijnen: klimaatverstoring, groeiende ongelijkheid, sociale spanningen, democratische uitputting en een zoektocht naar zinvol werk, vooral bij de jonge generaties.
Gezien de omvang van deze uitdagingen volstaat het niet langer om in de marge te sleutelen aan een uitgeput kapitalistisch systeem. We moeten het globale kader herdenken: welk type onderneming kan nog een antwoord bieden op de uitdagingen van de 21ste eeuw? Welk economisch organisatiemodel kan robuustheid, solidariteit, participatie en duurzaamheid met elkaar verzoenen? In onze ogen dringt zich één weg nadrukkelijk op: die van de coöperatieve onderneming.
Coöperaties ondernemen niet alleen op een andere manier; ze staan ook op een andere manier in de economie. Ze beperken zich niet tot het produceren van goederen of diensten. Ze organiseren gelijkwaardige relaties, verdelen macht op een democratische manier, verankeren activiteiten in een regio en verbinden economische initiatieven met collectieve doelstellingen. Ze zijn meer dan een juridisch statuut of een bestuursmodel: ze belichamen een maatschappelijk project. Sterker nog, ze openen de weg naar vrede.
Die overtuiging vindt vandaag steeds meer weerklank op internationaal niveau. Het is een sterk signaal van de Internationale Coöperatieve Alliantie om de Internationale Dag van de Coöperaties 2026 – die op 4 juli wordt gevierd – in het teken te stellen van de bijdrage die coöperaties leveren aan een vreedzamere wereld. Daarmee wordt benadrukt dat vrede meer is dan de afwezigheid van oorlog of open conflict. Vrede veronderstelt concrete materiële, politieke en sociale voorwaarden. Ze vraagt om rechtvaardigheid, vertrouwen en wederzijds respect. Met andere woorden: precies datgene wat coöperaties in de dagelijkse economie tot leven proberen te brengen.
Hun kracht berust op enkele eenvoudige maar krachtige principes: democratisch bestuur, de mens die primeert op het kapitaal, een strikt begrensd winststreven, een focus op het algemeen belang en een sterke lokale verankering.
Die kenmerken beantwoorden aan de verwachtingen van vandaag en de uitdagingen van morgen. Overal wordt gezocht naar organisatievormen die burgers opnieuw grip geven, het vertrouwen herstellen en de economie opnieuw in dienst brengen van de samenleving en niet omgekeerd.
Coöperaties zorgen voor samenhang. Ze brengen democratie tot leven voorbij het stemhokje. Ze plaatsen overleg centraal in de economische activiteit. Ze stellen uiteenlopende stakeholders – werknemers, gebruikers, producenten, burgers en investeerders – in staat om samen een gemeenschappelijk belang te definiëren. Zo maken ze een meer relationele (of durf ik schrijven: gevoeligere), meer verantwoordelijke en meer veerkrachtige economie mogelijk. Kortom: ze bouwen aan vrede, in de meest concrete betekenis van het woord.
Die visie op de noodzaak van coöperaties reikt inmiddels verder dan de kring van overtuigde voorstanders van de sociale economie. Ze voedt een bredere reflectie over de transformatie van bedrijven. In Spanje heeft de regering van Pedro Sánchez een groep topexperten gevraagd om na te denken over de sociale economie, onder leiding van de Belgische sociologe en politicologe Isabelle Ferreras. Zij pleit al jaren voor een echte democratisering van bedrijven, waarbij iedereen die bijdraagt aan de activiteit ook inspraak krijgt in de koers ervan. Haar werk gaat verder dan kritiek op de huidige onevenwichten: ze reikt concrete pistes aan om het economische leven te vernieuwen.
Ook het onderzoek van de Duitse filosofe Lisa Herzog rond de Democratic Marketplace past in diezelfde dynamiek. Zij nodigt uit om markten niet langer te beschouwen als neutrale mechanismen, maar als politieke en sociale constructies, waarin keuzes worden gemaakt op het gebied van macht. Wie beslist, volgens welke regels en in wiens belang? Op dat terrein beperken coöperaties zich niet tot de theorie, ze brengen het alternatieve model al in de praktijk.
Waar coöperaties actief zijn, tonen ze aan dat het mogelijk is om te produceren, te investeren, te innoveren en te groeien volgens principes die democratie, participatie en een eerlijke begrenzing van de kapitaalvergoeding centraal stellen, zonder in te boeten aan economische slagkracht. Het coöperatieve model sluit ambitie, schaal of efficiëntie niet uit. Het geeft er een andere richting aan, in een logica van gedeelde verantwoordelijkheid.
De voorbeelden zijn talrijk. In vele landen dragen grote coöperatieve groepen volledige industrietakken. Coöperatieve banken en verzekeraars tonen dat een eerlijker, stabieler en duurzamer financieel systeem mogelijk is. Burgercoöperaties versnellen de energietransitie. Andere initiatieven zijn actief in voeding, wonen, gezondheidszorg, cultuur of informatietechnologie. Deze successen zijn geen randfenomeen: ze bewijzen dat een ander bedrijfsmodel tot sterke, transformerende resultaten kan leiden.
Ook België ontsnapt niet aan deze realiteit, al wordt dat vaak onvoldoende in de verf gezet. Ons land beschikt over opmerkelijke voorbeelden, die vaak onderschat worden en soms ook zelf te bescheiden blijven. Nochtans volstaat het om te kijken naar de geschiedenis van P&V Groep in de verzekeringssector, de positie van Multipharma in de geneesmiddelendistributie of de diensten van Smart voor haar 47.500 vennoten, om te zien wat het coöperatieve model kan realiseren wanneer visie, professionaliteit en langetermijndenken samenkomen. Het potentieel is er. Nu moet het nog groeien en zichtbaarder worden.
Dat is de uitdaging van vandaag: het coöperatieve model alle kansen geven om zijn transformerende kracht volledig te ontplooien. Dat betekent dat coöperaties nieuwe economische domeinen moeten verkennen. Ze mogen niet beperkt blijven tot enkele traditionele niches gelinkt aan de sociale economie. Ze horen thuis in alle sectoren, ook de meest competitieve en kapitaalintensieve. Coöperaties hebben er alle belang bij om niet in een marginale rol te blijven, maar actief mee vorm te geven aan het economische weefsel van morgen.
Het komt er uiteindelijk op aan een nieuwe generatie coöperaties te laten ontstaan: ondernemingen die economische ambitie, maatschappelijke impact en bijdrage aan sociale cohesie op grote schaal weten te combineren.
We zijn op een cruciaal moment. Er tekenen zich twee paden af. Het eerste pad is dat we coöperaties blijven zien als een nuttig model maar tegelijk een randfenomeen: sympathiek, maar secundair. Het tweede pad is dat we erkennen dat coöperaties een essentieel deel van het antwoord vormen op de uitdagingen van vandaag, zowel economisch, sociaal, democratisch, ecologisch als geopolitiek, en dat we hen eindelijk de middelen geven om die rol ten volle te vervullen.
Coöperaties zijn geen utopie. Ze bestaan, ze werken en ze veranderen al hele sectoren en regio’s. Maar vooral dragen ze een beslissende belofte in zich. Die van een economie die sociale verbanden niet afbreekt, maar versterkt. Een economie die samenlevingen niet verder verdeelt, maar helpt verbinden. Een economie die, door echt samenleving te maken, ook bijdraagt aan vrede.
Hilde Vernaillen
Voorzitter van Febecoop